De ware vrijheid

Dit verhaal is gepubliceerd in de bundel Dordrechts winterboek 2016.
Thema was: Dordrecht, winter




Het plan is slecht overdacht. Nu mijn tegenstander heeft opgegeven wil ik het liefst in juichen uitbarsten ware het niet dat mijn opponent mijn eigen broer is. Hij geeft toe liever met zijn neus in de boeken te zitten - wiskunde nota bene - dan dat hij de vrieskou trotseert om samen onze stadsgenoten de stuipen op het lijf te jagen. In het belang van de wedstrijd en om elke vorm van bedrog tegen te gaan, veins ik een serieuze voortzetting maar lach stiekem in mijn vuistje. Flauw natuurlijk en eigenlijk zou ik er ook de brui aan moeten geven, want wat is een wedstijd met maar één deelnemer?

 Het plan is slecht overdacht omdat het reglement - dat ikzelf geschreven heb - geen antwoord geeft op de vraag of bij afhaken van een der deelnemers de wedstrijd moet worden gestaakt of mag worden voortgezet. Mezelf diskwalificeren gaat me te ver dus zal ik me alleen moeten vermaken.
   Mijn broer heeft zich inmiddels teruggetrokken in de torenkamer van de Grote Kerk. Hij zit aan een tafel waarop boeken en stapels papier, doopt een ganzenveer in een inktpot en begint te schrijven. Om hem niet uit zijn concentratie te halen, sluit ik zo zacht mogelijk de zware deur en ga op pad.

Ik slenter langs het stadhuis waar ik vroeger gewerkt heb, daarna door de Wijnstraat die haastige voetgangers een vlammend pleidooi toeschreeuwt: ‘Stop, sta stil en geniet van de pracht en praal van de patriciërswoningen met hun statige gevels, gebouwd als meesterproef voor het metselaarsgilde. Breng een bezoek aan de pakhuizen verderop en de watertoren en onderga de historie.’ Maar niemand luistert. Spoed is heden ten dag van groot belang. Stilstaan is achteruit gaan.
   Soms ontroert ze mij, de stad waar mijn broer en ik geboren zijn en waar ik burgemeester ben geweest. Ik erger me wanneer ze mijn gedachten dwarsboomt over het onrecht dat ons is aangedaan, van valse beschuldigingen tot aan moordaanslagen toe, en de verklaringen die ik zoek - al dan niet gefundeerd - bagatelliseert. ‘Wat gedaan is kan niet worden teruggedraaid, dus zit niet zo te kniezen en laat me met rust.’
   Onze zielen zwerven kompasloos in alle richtingen, wanhopig op zoek naar het moment van berusting, dat vooralsnog onvindbaar blijft. Er is een woede in ons gevaren die zich niet makkelijk laat verdrijven, met obstinaat gedrag tot gevolg zoals het organiseren van een wedstrijd genaamd ‘De stuipen op het lijf jagen,’ waar het erom gaat wie van ons de meeste Dordtenaren een hoedje kan laten schrikken, en dan niet in de mate van wit wegtrekken of geagiteerd achterom kijken, nee, de bedoeling is struikelen en hard op de kont terechtkomen wat momenteel - gezien de sneeuw en ijzel - geen probleem mag zijn, of met de fiets een flinke schuiver maken en in het ijskoude water belanden. Doodsangst willen we zien. Dezelfde angst die ook wij hebben aanschouwd. Het klinkt stom en kinderachtig en het maakt niets goed. Het enige nut is dat het onze woede en eenzaamheid in stand houdt. Wij tegen de rest.

Het is half februari, vroeg in de ochtend, de kou heeft sinds december de stad in zijn greep. Een kou die ons niet deert. Het is een winter zoals een winter zijn moet, met temperaturen
- nu al voor de tiende dag op rij - ver beneden het vriespunt. Telkens wanneer de dooi lijkt in te zetten, valt er opnieuw een pak sneeuw en keldert de temperatuur met dezelfde snelheid als het humeur van menig Dordtenaar. Deze ochtend glibberen en glijden de mensen op weg naar het werk. Ander soort werk, ander soort beroepen, dan in onze tijd. Riolering is in plaats gekomen van de stronttonnetjesschepper. De lantaarnopsteker hoeft - door de komst van elektriciteit - niet meer op zijn ladder te klimmen. Maar ook dezelfde soort beroepen als toen, maar nu anders genoemd. De reeuwer - die vroeger verantwoordelijk was voor het afleggen van overledenen en het vervoer naar de laatste rustplaats - heet tegenwoordig begrafenisondernemer en men kan er met een gerust hart van uitgaan dat laatstgenoemde te vertrouwen is in vergelijking met de slinkse sujetten toentertijd. De Vleeschhouwer heet nu slager die op dit vroege uur zijn winkel nog niet geopend heeft.
   Bij het Groothoofd aangekomen kijk ik over de Beneden-Merwede, de Noord en de Oude Maas, imposante wateren die ik bevaren heb, tot aan Engeland toe. Nauw verbonden met de zee, uit het schuim geboren, zo voel ik me. Aan de mooie tijd die ik samen met Michiel heb beleefd, denk ik vaak terug. Zeeslagen met zeges en nederlagen, ziektes en dood. Bij de Slag bij Solebay werd ik een moedig man genoemd. En toen ik aan wal ging werd ik beschuldigd van lafheid. Ook in mijn tijd kon je als bekende Nederlander hard vallen.
   Het rampjaar begon, de republiek liep ten einde, de Oranjepartij greep zijn kans. Ik werd gedwongen mijn handtekening te zetten onder de herroeping van het Eeuwig Edict zodat prins Willem III tot stadhouder kon worden benoemd. Hier in Dordrecht lag ik ziek te bed toen ik gearresteerd, vals beschuldigd voor het beramen van een moordaanslag op de prins en overgebracht werd naar Den Haag en daar gevangen gezet. Het heeft mij enorm veel pijn gedaan. Emotionele pijn. De fysieke pijn kwam later. Dubbel zo hard, een onbeschrijfelijk leed. Gemarteld. Ondraaglijk voor een mens van vlees en bloed.

Staande aan het water bevriezen de tranen die over mijn wangen rollen. Toch voel ik geen kou. Ik loop onze gebruikelijke route, wijk daar niet vanaf. Eerst door de Museumstraat en Het Hof, dan langs de havens. Ik pauzeer bij de Visbrug waar mijn broer en ik uit steen gehouwen zijn zoals het volk ons graag ziet. Trots sta ik naast hem - de raadspensionaris, de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden - gekleed in een met goudkant versierd kostuum.
   Op die afschuwelijke, zwarte dag werden we - vals beschuldig van hoogverraad - opgewacht door een opgehitste menigte. We hadden geen schijn van kans. De cavalerie had het bevel gekregen (van wie?) te vertrekken. We werden omsingeld. Een nekschot heeft Johans leven beëindigd. Hijgend zeeg een stinkende meute op mij neer. Wat ik in hun ogen las was meer dan waanzin. Ik rook uien en bier en rottende tanden, lichamen zurig van oud zweet. Ik werd op het hoofd geslagen, beschoten, met messen gestoken. Opengereten, ontmand en ondersteboven opgehangen, dat was ons lot. Onze ingewanden werden uit onze lijven getrokken en door omstanders opgegeten en aan de honden gevoerd, onze harten ter bespotting tentoongesteld. Een lynchpartij op last van de prins. Een zorgvuldig beraamd complot. Dat hebben wij niet verdiend.

Johan en ik worden weleens door Hem geroepen - wij nemen tenminste aan dat het God is - om dit aardse voorgoed te verlaten en tot Hem te komen. Maar dat kunnen wij niet. Omdat er nooit een gedegen onderzoek is geweest naar wat ons is overkomen, omdat de schuldige - of schuldigen - nooit zijn gestraft. Zolang onze namen niet gezuiverd zijn dolen wij door de stad waar het allemaal begon.
   Ik laat de wedstrijd voor wat het is. Waarom zouden we u, de Dordtenaar, doodsangst aanjagen? U bent niet verantwoordelijk voor wat toen gebeurd is. Onzichtbaar blijven we maar toch kan u onze aanwezigheid bemerken. Wij schuilen in de zachte bries langs uw gezicht wanneer u door de Groothoofdspoort loopt, in de windvlagen langs het rivierfront die u doen huiveren, in de onbekende geur die opstijgt uit putten of wanneer u het huis aan de Nieuwe Haven 29 binnentreedt. Vermomd als schim lopen we op donkere winteravonden, achter u. U hoort onze voetstappen maar wanneer u achterom kijkt ziet u geen mens. Wij observeren u vanuit de onverklaarbare schittering op het water van de Wolwevershaven terwijl een dik pak dreigende wolken het hemellicht belemmert. We mengen ons tussen u wanneer u boodschappen doet op de markt, staan naast u in de boekwinkel. Op elke hoek, in elke steeg zijn wij.
   Hier in Dordrecht - de oudste stad van Holland - blijven we wonen tot de Ware Vrijheid zich eindelijk aandient.

© Jeannette Jansen-Kim

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.10 | 19:22

Graag gedaan, Jeannette. Ik denk dat veel beginners maar ook gevorderden van je kunnen leren. Jouw verhalen lezen erg prettig, dat is moeilijk te bereiken.

...
21.11 | 20:32

Interessante biografie Jeannette! Eric

...
19.11 | 13:14

Dank je wel Eric! Over ongeveer 2 weken is mijn boek leverbaar. Ik ga zo even op jouw blog kijken.

...
19.11 | 12:59

Hoi Jeannnette! Gefeliciteerd met je bundel! Super goed gedaan! Ik schrijf ook verhalen op ericsblog.nl 😆groetjes Eric

...
Je vindt deze pagina leuk