Naar de overkant



Hij staat een beetje voorover gebogen, leunend tegen de reling en kijkt naar de meeuwen die over het water scheren. Boven zijn hoofd hebben donkere wolken zich samengepakt tot een dichte, grijze muur waar geen straaltje zonlicht doorheen kan glippen. Het water lijkt even ondoordringbaar als de hemellucht maar voor de ferry is dat geen probleem. Soepel glijdt de boot door de Westerschelde en koerst richting Breskens.
   Elke dag maakt hij de overtocht. ‘s Ochtends naar Vlissingen waar hij werkt en ’s avonds terug naar Zeeuws Vlaanderen waar hij woont en dat doet hij al meer dan dertig jaar. Ook vandaag staat hij op dezelfde plek - niet exact dezelfde plek als op de dag dat hij Rosa ontmoette, omdat het toen een autoveerdienst was en sinds 2003 een voet- en fietsveer - maar zo ongeveer, op het achterdek.

De dag waarop Rosa hem voor het eerst zag, staat in haar geheugen gegrift. Ook zij forensde dagelijks naar haar werk in Vlissingen. De meeste pendelaars kende ze maar deze knappe man had ze niet eerder gezien. Geen vakantieganger, daarvoor was het te vroeg, en hij was gekleed in een net pak. Om vijf uur stond hij er weer, in dezelfde houding, een diepe frons tussen de wenkbrauwen. Nieuwsgierig bekeek ze hem, vroeg zich af wie hij was. Plotseling ging de man rechtop staan, keek om zich heen maar ze was te laat om weg te kijken en hun blikken kruisten elkaar. De frons verdween en met een glimlach liep hij naar haar toe. En op dat moment brak het wolkendek open en scheen de zon.

Het is veertig jaar later, 26 september. Rosa stapt in de ferry naar Breskens. Roelof staat zoals gewoonlijk op het achterdek. Ze gaat naast hem staan en ze praten wat. In Breskens aangekomen gaan ze, zoals ze vroeger ook deden, in het nabij gelegen restaurant een kopje koffie drinken en daarna maken ze een strandwandeling. Om vijf uur nemen de ferry terug, kijken - geheel in gedachten verzonken - vanaf het achterdek naar de kustlijn. Praten hoeft niet meer.
   In Vlissingen neemt Rosa afscheid van Roelof en stapt ze, een beetje duizelig en wat onvast ter been, van de boot. Haar dochter Anneloes wacht al op haar en loopt zodra ze haar moeder ziet, meteen naar haar toe.
   ‘Gaat het wel een beetje mam, je ziet zo bleek.’
   ‘Jawel hoor, het gaat wel.’
   Sinds enkele jaren woont haar moeder niet meer op Zeeuws Vlaanderen maar bij haar in Roosendaal. Toch gaat ze elk jaar, op 26 september, terug naar waar het begon.
   Anneloes zucht. ‘Hoelang nog mam? Papa is nu al meer dan tien jaar dood en je wordt er iedere keer zo verdrietig van.’
   Tranen rollen over Rosa’s wangen. ‘Ach kindje, je vader was mijn grote liefde, en op de ferry ben ik het dichts bij hem, daar voel ik zijn aanwezigheid, daar kan ik met hem praten. Zolang het kan gaan we samen naar de overkant. Tot God ook mij roept.’
 

© Jeannette Jansen-Kim  


Dit verhaal is gepubliceerd in de e-bundel 'Pontjesverhalen' van Vrienden van Voetveren.

 

Veer Breskens-Vlissingen

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

21.11 | 20:32

Interessante biografie Jeannette! Eric

...
19.11 | 13:14

Dank je wel Eric! Over ongeveer 2 weken is mijn boek leverbaar. Ik ga zo even op jouw blog kijken.

...
19.11 | 12:59

Hoi Jeannnette! Gefeliciteerd met je bundel! Super goed gedaan! Ik schrijf ook verhalen op ericsblog.nl 😆groetjes Eric

...
27.08 | 20:51

Dat klopt Eddy! Dank je voor je opmerkzaamheid. Ik heb de link inmiddels verwijderd.

...
Je vindt deze pagina leuk